Onderzoekers René Bekkers en Pamala Wiepking van de Vrije Universiteit Amsterdam brachten deze motieven systematisch in kaart en onderscheiden acht mechanismen achter filantropie. Hieronder de belangrijkste, in gewone taal.
Empathie: het gevoel van een ander overnemen
De meest voor de hand liggende reden om te geven is empathie. Je ziet of hoort over iemand die het moeilijk heeft, en dat raakt je. Onderzoekers noemen geven met als enige doel dat de ander geholpen wordt "zuiver altruïsme". In de praktijk komt de meerderheid van giften echter voort uit wat in de vakliteratuur "onzuiver altruïsme" heet: de wens om te helpen, gecombineerd met iets dat de gever er zelf ook aan overhoudt, zoals een goed gevoel of erkenning. Dat is geen waardeoordeel over de kwaliteit van het motief. Het is simpelweg hoe geefgedrag volgens onderzoek meestal in elkaar zit: gemengd, niet zuiver het één of het ander.
Waarden: de wereld een beetje maken zoals jij hem wilt zien
Een tweede belangrijke drijfveer is dat geven je in staat stelt om bij te dragen aan een wereld die aansluit bij wat jij belangrijk vindt. Wie armoede onwenselijk vindt, geeft eerder aan een organisatie die armoede bestrijdt. Wie zich zorgen maakt over het klimaat, voelt zich aangetrokken tot doelen die daaraan werken. Dit motief verklaart voor een groot deel waarom mensen voor een bepaald thema kiezen, meer dan waarom ze überhaupt geven.
Gevraagd worden en erbij horen
Een reden die vaak wordt onderschat: mensen geven vooral omdat ze gevraagd worden. Een persoonlijk verzoek werkt sterker dan een willekeurige oproep. Daarnaast speelt sociale bevestiging mee. Als je omgeving een organisatie steunt, voelt meedoen als een logische keuze. Geven kan ook een signaal zijn, naar anderen en naar jezelf, dat je een betrokken mens bent. Dat signaal is niet per se ijdelheid: het bevestigt simpelweg een zelfbeeld waar de meeste mensen zich prettig bij voelen.
Het goede gevoel van geven zelf
Geven voelt vaak gewoon prettig, los van het effect ervan. Psychologen noemen dit "warm glow": het positieve gevoel dat ontstaat door zelf iets te geven. Een onderzoek van Levy en collega's, gepubliceerd in PLOS ONE, splitste dit gevoel verder op en liet zien dat het voor een deel gaat over hoe je jezelf ziet en voor een deel over hoe je denkt dat anderen je zien. Beide vormen bleken door elkaar te lopen en elkaar te versterken.
Laat je waarden je vertellen wat voor jou belangrijk is. Doe de gratis keuzehulp →
Vertrouwen: geven aan wat werkt
Ten slotte hangt geven samen met vertrouwen. Vroeg onderzoek van Bekkers en Wiepking laat een verband zien tussen bekendheid met keurmerken zoals het CBF-keurmerk en de kans dat iemand doneert: huishoudens die weten wat zo'n keurmerk inhoudt, gaven destijds vaker aan goede doelen dan huishoudens die het niet kenden. Dat is een samenhang, geen bewezen oorzaak-gevolg relatie: het is ook mogelijk dat mensen die toch al vaker geven, zich ook eerder in keurmerken verdiepen. Recenter onderzoek van de VU bevestigt wel dat vertrouwen een structureel relevante factor blijft in wie wel en niet doneert.
Wat dit betekent voor jou
Geen van deze motieven is beter of slechter dan een ander. Empathie, waarden, sociale verwachtingen, een goed gevoel en vertrouwen werken meestal samen, in een mix die voor iedereen anders is. Het is vooral verhelderend om je eigen mix te kennen. Geef je vooral omdat een thema je aan het hart gaat, of vooral omdat je gevraagd werd? Beide zijn legitiem, maar ze leiden mogelijk naar heel andere doelen.
Bronnen
- Centrum voor Filantropische Studies, Vrije Universiteit Amsterdam. Geven in Nederland 2026. Samengevat in: Vakblad fondsenwerving, 26 juni 2026. fondsenwerving.nl
- Wiepking, P. & Bekkers, R.H.F.P. (2014). De acht motieven voor geefgedrag: waarom geven mensen geld aan goede doelen? In: Filantropie in Nederland, Vrije Universiteit Amsterdam. research.vu.nl
- Bekkers, R.H.F.P. & Wiepking, P. (2006). Waarom geven mensen aan goede doelen? NEMO Kennislink. nemokennislink.nl
- Levy, J. e.a. (2019). It's not you (well, it is a bit you): Self- versus social-image in warm-glow giving. PLOS ONE.