Het experiment met Rokia

Het bekendste experiment komt van onderzoekers Deborah Small, George Loewenstein en Paul Slovic, gepubliceerd in 2007 in Organizational Behavior and Human Decision Processes. Deelnemers konden een deel van vijf verdiende dollars doneren aan Save the Children. Eén groep las het verhaal van Rokia, een meisje uit Mali, met een foto en een korte beschrijving. Een tweede groep kreeg dezelfde vraag, maar dan met feitelijke informatie over voedseltekorten die miljoenen mensen in Afrika treffen. Een derde groep kreeg Rokia's verhaal én de statistieken samen.

De groep die alleen Rokia's verhaal las, doneerde het meest. De combinatie van Rokia's verhaal met de statistieken leverde een lagere gemiddelde donatie op dan Rokia's verhaal alleen, en verschilde niet significant van de statistiekengroep. De cijfers versterkten het verhaal dus niet, ze leken het juist te dempen. In een reeks vervolgexperimenten in hetzelfde onderzoek bleek bovendien dat mensen die eerst leerden over dit patroon, daarna juist minder gaven aan de identificeerbare Rokia, zonder dat ze meer gingen geven aan de statistische groep. Analytisch nadenken over de kwestie deed de sympathie voor Rokia afnemen, maar wekte geen sympathie voor de grotere groep.

Twee verklaringen voor waarom aantallen ons gevoel dempen

Psycholoog Paul Slovic beschrijft in zijn veelgeciteerde artikel over "psychic numbing" hoe onze emotionele reactie sterk is bij één persoon, al meetbaar verzwakt bij twee, en bij grote aantallen bijna wegvalt. Zijn verklaring: gevoelens van medeleven worden opgewekt door concrete beelden, en een grote, abstracte groep levert simpelweg geen scherp beeld op om op te reageren.

Onderzoekers Daryl Cameron en Keith Payne kwamen in 2011 met een andere, aanvullende verklaring. In hun experimenten trad de afname van compassie vooral op bij deelnemers die verwachtten dat hen om een donatie gevraagd zou worden, en niet bij deelnemers die alleen hun gevoelens hoefden te beoordelen. Hun conclusie: mensen reguleren hun emoties actief en vooraf, om zichzelf te beschermen tegen een gevoel van machteloosheid dat een grote groep in nood oproept. Het is dus mogelijk niet alleen dat een grote groep geen scherp beeld oplevert, maar ook dat mensen zichzelf, deels onbewust, tegen dat gevoel wapenen zodra er iets van hen gevraagd dreigt te worden.

Beide verklaringen sluiten elkaar niet uit en worden in de huidige literatuur naast elkaar onderzocht.

Hoe stevig is dit bewijs eigenlijk?

Een meta-analyse van Lee en Feeley uit 2016, die 41 losse effecten uit eerdere studies samenvoegde, vond een statistisch significant maar bescheiden effect. Het effect bleek daarbij vooral op te treden bij een enkele geïdentificeerde persoon versus een groep, met name bij een gefotografeerd kind in armoede zonder eigen schuld aan de situatie, en bij een verzoek om geld specifiek.

Een belangrijke kanttekening: onderzoekers Maier, Wong en Feldman voerden in 2023 een strengere, voor publicatiebias gecorrigeerde herbeoordeling uit van diezelfde meta-analyse, en voerden zelf een vooraf geregistreerde herhaling uit van de twee belangrijkste experimenten van Small, Loewenstein en Slovic. Hun conclusie: er zijn aanwijzingen voor publicatiebias in de bestaande literatuur, en hun eigen herhaling van het experiment vond het effect niet terug. Dat betekent niet dat het identifiable victim effect zeker niet bestaat: individuele experimenten, waaronder het originele Rokia-onderzoek, laten het patroon wel degelijk zien. Het betekent wel dat de wetenschappelijke literatuur als geheel minder eenduidig is dan de kracht van het oorspronkelijke experiment doet vermoeden, en dat voorzichtigheid op zijn plaats is bij uitspraken over hoe universeel en hoe groot dit effect precies is.

Waarom dit de moeite waard blijft om te weten

Ook met die kanttekening blijft het patroon relevant om te herkennen bij jezelf. Een aangrijpend verhaal over één persoon kan je sterker bewegen dan een cijfer, ook wanneer dat cijfer een grotere nood vertegenwoordigt. Dat zegt niets over hoe belangrijk een probleem objectief is. Het zegt vooral iets over hoe menselijke emotie werkt: ze reageert makkelijker op een concreet beeld dan op een abstract getal, en misschien reguleren we onszelf ook actief zodra we voelen dat er iets van ons gevraagd gaat worden.

Bronnen

  • Small, D.A., Loewenstein, G. & Slovic, P. (2007). Sympathy and callousness: The impact of deliberative thought on donations to identifiable and statistical victims. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 102(2), 143-153. cmu.edu
  • Slovic, P. (2007). "If I look at the mass I will never act": Psychic numbing and genocide. Judgment and Decision Making, 2(2), 79-95. sas.upenn.edu
  • Cameron, C.D. & Payne, B.K. (2011). Escaping affect: How motivated emotion regulation creates insensitivity to mass suffering. Journal of Personality and Social Psychology, 100(1), 1-15. bkpayne.web.unc.edu
  • Lee, S. & Feeley, T.H. (2016). The identifiable victim effect: a meta-analytic review. Social Influence, 11(3), 199-215.
  • Maier, M., Wong, Y.C. & Feldman, G. (2023). Revisiting and Rethinking the Identifiable Victim Effect: Replication and Extension of Small, Loewenstein, and Slovic (2007). Collabra: Psychology, 9(1). online.ucpress.edu